2 Kronieken 10:9

SVEn hij zeide tot hen: Wat raadt gijlieden, dat wij dit volk antwoorden zullen, die tot mij gesproken hebben, [zeggende]: Maak het juk, dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter?
WLCוַיֹּ֣אמֶר אֲלֵהֶ֗ם מָ֚ה אַתֶּ֣ם נֹֽועָצִ֔ים וְנָשִׁ֥יב דָּבָ֖ר אֶת־הָעָ֣ם הַזֶּ֑ה אֲשֶׁ֨ר דִּבְּר֤וּ אֵלַי֙ לֵאמֹ֔ר הָקֵל֙ מִן־הָעֹ֔ל אֲשֶׁר־נָתַ֥ן אָבִ֖יךָ עָלֵֽינוּ׃
Trans.wayyō’mer ’ălēhem mâ ’atem nwō‘āṣîm wənāšîḇ dāḇār ’eṯ-hā‘ām hazzeh ’ăšer dibərû ’ēlay lē’mōr hāqēl min-hā‘ōl ’ăšer-nāṯan ’āḇîḵā ‘ālênû:

Algemeen

Zie ook: 1 Koningen 12:9

Aantekeningen

En hij zeide tot hen: Wat raadt gijlieden, dat wij dit volk antwoorden zullen, die tot mij gesproken hebben, [zeggende]: Maak het juk, dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter?


Vertaalnotities

Zie hier voor een verklaring van de gebruikte coderingen.
    Zie hier over het gebruik van de interlineair.

וַ

-

יֹּ֣אמֶר

En hij zeide

אֲלֵ

tot

הֶ֗ם

tot

מָ֚ה

hen: Wat

אַתֶּ֣ם

gijlieden

נֽוֹעָצִ֔ים

raadt

וְ

-

נָשִׁ֥יב

antwoorden zullen

דָּבָ֖ר

-

אֶת־

-

הָ

-

עָ֣ם

volk

הַ

-

זֶּ֑ה

dat wij dit

אֲשֶׁ֨ר

die

דִּבְּר֤וּ

mij gesproken hebben

אֵלַי֙

-

לֵ

-

אמֹ֔ר

zeggende

הָקֵל֙

Maak

מִן־

het juk

הָ

-

עֹ֔ל

-

אֲשֶׁר־

dat

נָתַ֥ן

ons opgelegd heeft

אָבִ֖יךָ

uw vader

עָלֵֽינוּ

-


En hij zeide tot hen: Wat raadt gijlieden, dat wij dit volk antwoorden zullen, die tot mij gesproken hebben, [zeggende]: Maak het juk, dat uw vader ons opgelegd heeft, lichter?


Koop nu

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!